donderdag 25 februari 2016

Les 2: Werkprocessen #1

In de tweede les beeldende vorming stonden de technische en beeldende doelen van een racemonster centraal.

Het was aan ons de taak om in tweetallen een racemonster te boetseren uit klei, waarbij er onderdelen los van elkaar konden bewegen. Het racemonster moest er naast snel ook monsterlijk uit zien.

Doelen
Het beeldende doel van deze opdracht was het ontwerpen van een racemonster. Tal van snelle voertuigen kunnen een racemonster zijn. Deze opdracht is een beeldend probleem, omdat het kader 'racemonster' genoeg ruimte over laat om creatief te zijn.

Het technische doel van deze opdracht was het boetseren (van een racemonster) uit klei, waarbij je onderdelen ook los van elkaar moest kunnen laten bewegen. De techniek waarbij je onderdelen van een geheel los van elkaar laat bewegen noem je de assemblagetechniek.

Het werkproces dat tijdens deze les beeldende vorming centraal stond was experimenteren. Bij een experimenteel werkproces staat vooraf niet vast wat het eindproduct zal worden, maar wordt er gezocht naar mogelijkheden en oplossingen met de middelen die op dat moment beschikbaar zijn.
We hebben de mogelijkheden van het materiaal ontdekt door er mee aan de slag te gaan. Van te voren hebben we niet vastgelegd hoe ons racemonster eruit moest komen te zien. Juist door aan de slag te gaan en te experimenteren met het materiaal zijn we tot het eindproduct gekomen. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van grijs, rood, blauw en geel klei. Daarnaast hebben wij gebruik gemaakt van een mesje om lijnen in het racemonster te maken.

Naast het experimenteel werkproces kun je tijdens een les beeldende vorming gebruik maken van nog twee werkprocessen, namelijk het ambachtelijk werkproces en het ontwerpproces. Bij het ambachtelijk werkproces gaat het vooral reproductie. Kortgezegd komt dit werkproces neer op 'voordoen-nadoen'. In dit werkproces krijgt de creativiteit van de leerlingen weinig ruimte. Daar tegenover staat dat dit werkproces zich uitstekend leent voor het aanleren van vaardigheden. Bij het ontwerpproces staat er een probleem centraal. Bij het ontwerpproces ga je op zoek naar een oplossing van dit probleem. Er wordt hierbij veel gevraagd van het creatieve vermogen van leerlingen. De leerlingen moeten gestimuleerd worden om meerdere oplossingen voor het probleem te bedenken en uiteindelijk de beste oplossing uit te werken.

Racemonster
Het racemonster dat het eindproduct is geworden van het experiment is een bulldozer. Het racemonster is vooral monsterlijk. Door de afschrikwekkende uitstraling en de grootte van dit ontwerp is dit een echt racemonster, met de nadruk op monster. De wielen kunnen van het geheel af worden gehaald als losse onderdelen. Daarnaast dienen ook de zwaailichten als losse onderdelen. Deze zwaailichten kunnen van het geheel af worden gehaald en verwisseld worden.


         
      Op deze foto ziet het racemonster er het monsterlijkst uit. Dit komt doordat het racemonster er kolossaal uit ziet, het een vlam heeft en zwaailichten.
Op deze foto ziet het racemonster er
het snelst uit.
Dit komt doordat de vorm op deze foto
het meest in een driehoek loopt.


























 
Beoordelingsmatrix door medestudenten
Criteria
Niet zichtbaar
Twijfel
Overtuigend
Ruimtelijk voertuig (3D)
 
 
2 punten
Dynamiek
 
1 punt
 
Losse beweegbare onderdelen
 
1 punt
 
Monsterlijke uitstraling
 
1 punt
 
Eén geheel (geboetseerd)
 
1 punt
 


Totaal: 6 punten





woensdag 17 februari 2016

Les 1: Lesfasenmodel

 
In de eerste les beeldende vorming stond het lesfasenmodel centraal.

                                               Het lesfasenmodel
De inhoud van het lesfasenmodel is ons duidelijk gemaakt door middel van een opdracht. De klas werd opgedeeld is groepjes van 3 á 4 studenten. Ieder groepje zat aan een eigen tafel. We kregen een handleiding voor een les beeldende vorming uitgedeeld. De opdracht was om deze handleiding te lezen als leerkracht. Vervolgens moesten wij ons verplaatsen in de rol van een leerling. Opnieuw moesten we de handleiding lezen en ditmaal moesten wij de handleiding ook daadwerkelijk uitvoeren. De beeldende vorming opdracht werd geïntroduceerd met een verhaaltje. De rat uit ratatouille wilde graag een billboard zo hoog als de Eiffeltoren voor zijn eigen restaurant. De opdracht was duidelijk; bouw een zo hoog mogelijke toren met een aantrekkelijk billboard erop. We kregen hiervoor een aantal stroken papier, lijm, een schaar, paperclips en 20 minuten de tijd. In de handleiding kon je terugvinden hoe je de stukken papier moest vouwen.

Ons groepje ging voortvarend aan de slag met de opdracht. Al snel hadden we de taken verdeeld. Twee studenten vouwden de stroken en twee studenten maakten van deze stroken een toren.

Nadat ons groepje de hoogste toren had gebouwd, moesten we de torens verzamelen op één tafel. Voordat we de torens met elkaar gingen vergelijken hebben we eerste de opdracht klassikaal besproken. De vraag was of deze opdracht uitdagend was. Op één groepje na vonden alle studenten deze opdracht uitdagend. Dit was voor ons vooral te wijten aan het competitieve gedeelte in de opdracht. De studenten die de opdracht niet uitdagend vonden moesten hun handleiding voorlezen. Daar waar er eerst vooral vraagtekens op de gezichten van de andere studenten kwamen, werd achteraf  duidelijk dat zij een andere handleiding hadden. Deze handleiding was gericht op technische doelen. Er stond stap voor stap beschreven hoe de studenten de toren moesten bouwen. Een duidelijk voorbeeld van een niet beeldend probleem. De oplossing werd namelijk al aangedragen. Doordat de overige studenten een handleiding kregen met enkel de opdracht om een zo hoog mogelijke toren te bouwen met een aantrekkelijk billboard, stonden er toch nog verschillende soorten torens op tafel. Wij hebben namelijk kunnen werken aan beeldende doelen.

Een goede les beeldende vorming is opgebouwd uit drie procesfasen. Tijdens het uitvoeren van deze les hebben wij de drie fases van het lesfasenmodel doorlopen:

Fase 1: Receptieve fase
Deze fase is de inleiding van het onderwerp. In deze fase ontvang je en sta je open voor het nieuwe onderwerp. Tijdens deze fase kijk je naar beelden uit de beeldcultuur. Deze beelden beleef je, beschouw je en bespreek je, waardoor je beelden kunt waarderen.

Fase 2: Productieve fase
In deze fase ga je beeldend vormgeven. Jouw beleving van het onderwerp laat je zien door middel van je product. Je werkt in deze fase met een beeldend probleem. Je weet wat er van je verwacht wordt, maar je weet nog niet de oplossing.

Fase 3: Reflectieve fase
Tijdens deze fase kijk je terug op het geproduceerde beeld. Je bespreekt het beeld, vergelijkt de beelden met elkaar en beoordeeld het beeld. Er wordt gekeken of de doelen zijn behaald.



De hoogste toren gebouwd!

Analyseren van een les beeldende vorming
We hebben nu geleerd wat het lesfasenmodel is. Deze nieuwe kennis is tijdens de les meteen gekoppeld aan een nieuwe opdracht. We hebben een bestaande les beeldende vorming geanalyseerd aan de hand van het lesfasenmodel.
Samen met mijn medestudent heb ik de les "Ik ben een filmster" uit de methode "Moet je doen" geanalyseerd aan de hand van het lesfasenmodel.
Het doel van de les is dat de leerlingen een paspop maken waarmee ze laten zien hoe zij gekleed zouden zijn, als ze een filmster waren.
Fase 1: De inleiding leidt de opdracht niet goed in, doordat de inleiding niet aansluit op de opdracht. Tevens is de inleiding te lang.
Fase 2: De opdracht is erg gestructureerd. Stap voor stap wordt verteld en voorgedaan hoe de leerlingen tot de paspop moeten komen. Dit deel van de opdracht is gericht op technische doelen. Het beeldende doel zou tot uiting moeten komen tijdens het bekleden van de paspop, maar echter is het beeldende doel te veel ingekaderd. Doordat de opdracht is beperkt tot kleding van een filmster, hebben de leerlingen weinig ruimte voor eigen inbreng.
Fase 3: Deze les wordt niet afgesloten door middel van een reflectie. Het eindresultaat wordt niet bekeken en vergeleken. Er wordt ook niet getoetst of de doelen zijn behaald.