Het lesfasenmodel
De inhoud van het lesfasenmodel is ons duidelijk gemaakt door middel van een opdracht. De klas werd opgedeeld is groepjes van 3 á 4 studenten. Ieder groepje zat aan een eigen tafel. We kregen een handleiding voor een les beeldende vorming uitgedeeld. De opdracht was om deze handleiding te lezen als leerkracht. Vervolgens moesten wij ons verplaatsen in de rol van een leerling. Opnieuw moesten we de handleiding lezen en ditmaal moesten wij de handleiding ook daadwerkelijk uitvoeren. De beeldende vorming opdracht werd geïntroduceerd met een verhaaltje. De rat uit ratatouille wilde graag een billboard zo hoog als de Eiffeltoren voor zijn eigen restaurant. De opdracht was duidelijk; bouw een zo hoog mogelijke toren met een aantrekkelijk billboard erop. We kregen hiervoor een aantal stroken papier, lijm, een schaar, paperclips en 20 minuten de tijd. In de handleiding kon je terugvinden hoe je de stukken papier moest vouwen.
Ons groepje ging voortvarend aan de slag met de opdracht. Al snel hadden we de taken verdeeld. Twee studenten vouwden de stroken en twee studenten maakten van deze stroken een toren.
Nadat ons groepje de hoogste toren had gebouwd, moesten we de torens verzamelen op één tafel. Voordat we de torens met elkaar gingen vergelijken hebben we eerste de opdracht klassikaal besproken. De vraag was of deze opdracht uitdagend was. Op één groepje na vonden alle studenten deze opdracht uitdagend. Dit was voor ons vooral te wijten aan het competitieve gedeelte in de opdracht. De studenten die de opdracht niet uitdagend vonden moesten hun handleiding voorlezen. Daar waar er eerst vooral vraagtekens op de gezichten van de andere studenten kwamen, werd achteraf duidelijk dat zij een andere handleiding hadden. Deze handleiding was gericht op technische doelen. Er stond stap voor stap beschreven hoe de studenten de toren moesten bouwen. Een duidelijk voorbeeld van een niet beeldend probleem. De oplossing werd namelijk al aangedragen. Doordat de overige studenten een handleiding kregen met enkel de opdracht om een zo hoog mogelijke toren te bouwen met een aantrekkelijk billboard, stonden er toch nog verschillende soorten torens op tafel. Wij hebben namelijk kunnen werken aan beeldende doelen.
Een goede les beeldende vorming is opgebouwd uit drie procesfasen. Tijdens het uitvoeren van deze les hebben wij de drie fases van het lesfasenmodel doorlopen:
Fase 1: Receptieve fase
Deze fase is de inleiding van het onderwerp. In deze fase
ontvang je en sta je open voor het nieuwe onderwerp. Tijdens deze fase kijk je
naar beelden uit de beeldcultuur. Deze beelden beleef je, beschouw je en
bespreek je, waardoor je beelden kunt waarderen.
Fase 2: Productieve fase
In deze fase ga je beeldend vormgeven. Jouw beleving van
het onderwerp laat je zien door middel van je product. Je werkt in deze fase
met een beeldend probleem. Je weet wat er van je verwacht wordt, maar je weet
nog niet de oplossing.
Fase 3: Reflectieve fase
Tijdens deze fase kijk je terug op het geproduceerde beeld.
Je bespreekt het beeld, vergelijkt de beelden met elkaar en beoordeeld het
beeld. Er wordt gekeken of de doelen zijn behaald. ![]() |
| De hoogste toren gebouwd! |
We hebben nu geleerd wat het lesfasenmodel is. Deze nieuwe kennis is tijdens de les meteen gekoppeld aan een nieuwe opdracht. We hebben een bestaande les beeldende vorming geanalyseerd aan de hand van het lesfasenmodel.
Samen met mijn medestudent heb ik de les "Ik ben een filmster" uit de methode "Moet je doen" geanalyseerd aan de hand van het lesfasenmodel.
Het doel van de les is dat de leerlingen een paspop maken waarmee ze laten zien hoe zij gekleed zouden zijn, als ze een filmster waren.
Fase 1: De inleiding leidt de opdracht niet goed in, doordat de inleiding niet aansluit op de opdracht. Tevens is de inleiding te lang.
Fase 2: De opdracht is erg gestructureerd. Stap voor stap wordt verteld en voorgedaan hoe de leerlingen tot de paspop moeten komen. Dit deel van de opdracht is gericht op technische doelen. Het beeldende doel zou tot uiting moeten komen tijdens het bekleden van de paspop, maar echter is het beeldende doel te veel ingekaderd. Doordat de opdracht is beperkt tot kleding van een filmster, hebben de leerlingen weinig ruimte voor eigen inbreng.
Fase 3: Deze les wordt niet afgesloten door middel van een reflectie. Het eindresultaat wordt niet bekeken en vergeleken. Er wordt ook niet getoetst of de doelen zijn behaald.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten