woensdag 30 maart 2016

Les 7: Beeldend probleem

In de zevende les beeldende vorming stond een beeldende opdracht centraal, waarbij je een oplossing moet zoeken voor een beeldend probleem.

Beeldend probleem bepalen
Een beeldend probleem bestaat uit twee onderdelen: een beeldend doel en een technisch doel. We begonnen deze les met een leeg A4'tje en houtskool. Vervolgens kregen we vier opdrachten:
1. Teken een kubus - Deze opdracht was zo eenvoudig, dat iedereen met een cliché beeld van een kubus kwam. Iedereen had zijn kubus naar rechts getekend.
Deze opdracht was geen beeldend probleem. Er zat geen beeldend doel en geen technisch doel aan deze opdracht verbonden.
2. Teken een kubus met behulp van een horizon en vluchtlijnen - Deze opdracht werd voorgedaan. Hierdoor zat er een technisch doel aan de opdracht verbonden. Echter zat er geen beeldend doel aan de opdracht verbonden, omdat de opdracht uitsluitend bleef bij nadoen. Om deze reden is deze opdracht geen beeldend probleem.
3. Teken een blije kubus - Deze opdracht heeft een beeldend doel. We mochten zelf bedenken hoe een blije kubus eruit ziet. Deze opdracht had echter geen technisch doel en is daardoor geen beeldend probleem.
4. Teken een kubus, waarbij de kubus nerveus overkomt door de lijnen - Dit is een beeldend probleem. Deze opdracht bevat zowel een beeldend doel als een technisch doel.

Ontwerpproces met klei
Na de tekenopdrachten kregen we een nieuwe opdracht: Boetseer uit een grote bol chamotte-klei een mensfiguur waarvan de verhoudingen kloppen en waarbij een expressie zichtbaar is aan de houding.

Bij deze opdracht stonden een aantal doelen centraal:
Boetseren uit één geheel, textuur aanbrengen, het maken van een mensfiguur, expressie weergeven in 3D en het mensfiguur in verhouding maken.

Ik heb gekozen voor een mensfiguur dat nonchalant is. Dit nonchalansme is  terug te zien in de houding van het mensfiguur. Het mensfiguur staat met zijn handen in zijn zakken, een beetje door zijn knieën gebogen en met zijn hoofd omhoog.









Deze opdracht is een beeldend probleem. Het beeldende doel van deze opdracht is het weergeven van expressie in 3D. Het technische doel van deze opdracht is het boetseren van een mensfiguur uit één geheel.

Les 6: Ontwikkelingsfasen & beeldbeschouwing

In de zesde les beeldende vorming stonden de vijf ontwikkelingsfasen uit de theorie van Parsons en de vijf typen vragen om een beeld te beschouwen centraal.

Parsons
De vijf ontwikkelingsfasen van beeldbeschouwing komen voort uit de theorie van Parsons. Volgens Parsons hangt de manier waarop je een beeld beschouwd samen met je intellectualiteit. Je doorloopt alle ontwikkelingsfasen in volgorde:

Fase 1 = Favoritisme: De beschouwer vindt het beeld mooi of leuk, omdat het aansluit bij de belevingswereld.
Fase 2a = Ambachtelijk: De beschouwer kan zijn aandacht langer bij het beeld houden en herkent hoofdkenmerken in het beeld. Zolang er herkenning is, wordt abstracte kunst leuk gevonden.
Fase 2b = Ambachtelijk: De beschouwer kan meer herkennen dan de basisvormen. De beschouwer kijkt in deze fase ook naar details. Zolang het beeld natuurgetrouw is, wordt het leuk gevonden.
Fase 3 = Expressiviteit: De beschouwer accepteert dat het beeld niet meer volledig natuurgetrouw is. De beschouwer kan zich inleven in het beeld en begrijpt dat iedereen een andere betekenis aan het beeld kan geven.
Fase 4 = Formalisme: De beschouwer is gericht op de stijl van het beeld, de beeldaspecten. De beschouwer kan een esthetische ervaring hebben.
Fase 5 = Open mind: De beschouwer beseft dat de betekenis van het beeld afhangt van de context.

Beeldbeschouwing
We kregen tijdens deze les de opdracht om in tweetallen een beeld uit een bepaalde beeldcultuur te kiezen. Vervolgens hebben wij door middel van tags vragen aan het beeld gekoppeld. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt alle vijf de type vragen: startvraag, onderzoeksvragen, analysevragen, speculatieve vragen en vragen die leiden tot een oordeel. Door middel van deze vragen kun je een beeld beschouwen.

Wij hebben gekozen voor een beeld dat past bij kinderen met de leeftijd van 5 á 6 jaar oud. Dit beeld valt binnen ontwikkelingsfasen 2a en 2b; zolang er herkenning is en het beeld natuurgetrouw is, is kunst leuk.
Het beeld geeft een circus weer. Op het beeld zijn verschillende aspecten van een circus te zien. Dit zorgt ervoor dat kinderen veel herkenbare aspecten in het beeld kunnen vinden.



Beeldbeschouwingsvragen
Via deze link vind je het beeld met de tags waarin de vragen staan beschreven: https://www.thinglink.com/scene/767087013848416257

Nummer 1 = Startvraag
Nummer 2 = Startvraag
Nummer 3 = Onderzoeksvraag
Nummer 4 = Analyse vraag
Nummer 5 = Analyse vraag
Nummer 8 = Analyse vraag
Nummer 9 = Analyse vraag
Nummer 6 = Speculatieve vraag
Nummer 7 = Vraag die leidt tot oordeel

Zoals je kunt zien loopt de nummering niet geheel synchroon. Dit komt doordat wij onze tags naar aanleiding van feedback hebben uitgebreid.

Verwachte antwoorden
Hieronder kun je lezen welke antwoorden wij van de leerlingen verwachten op de beeldbeschouwingsvragen.

1a.
1b.
1c.
Een olifant
Ja
In een dierentuin / In een circus
2a.
2b.
2c.
Apen
Ja
In een dierentuin / In een circus
3.
Er staan allemaal hoge gebouwen
Er is een autoweg
4.
Hij wil een dier (slang) uit de mand laten komen
5.
Hij heeft een rode neus
Hij fietst op één wiel
8.
Anders kan iedereen zomaar naar binnen
9.
Een ballon / een handje
6.
Alle dieren ontsnappen
Iedereen kan het circus in
De dieren maken de stad vies
7.
In het circus





vrijdag 11 maart 2016

Les 5: Beeldaspecten

In de vijfde les beeldende vorming stonden de verschillende categorieën van beeldaspecten centraal.


Beeldaspecten
Beeldaspecten zijn zichtbare vormgevingskenmerken die aan beelden te onderscheiden zijn. Vaak worden beeldaspecten bewust ingezet om inhoud te geven aan het beeld. Je kunt beeldaspecten indelen in een aantal categorieën: licht, ruimte, lijn, vorm, kleur, compositie en textuur.

Voor de opdracht kreeg iedere student twee afbeeldingen uit allerlei kinderfilms en twee verschillende beeldaspecten. Het doel van deze opdracht was om het juiste beeldaspect bij jouw afbeeldingen te zoeken. In sommige afbeeldingen waren meerdere beeldaspecten te herkennen, echter moest je het beeldaspect vinden dat centraal stond in de afbeelding. Ik kende niet alle beeldaspecten, waardoor ik de omschrijving van een aantal beeldaspecten moest opzoeken. Door middel van deze opdracht heb ik een kennis kunnen maken met een aantal beeldaspecten. Tijdens het nabespreken is ons ook uitgelegd hoe we het beeldaspect in de afbeelding konden herkennen.

Afbeeldingen met bijbehorend
beeldaspect



Zelfportret
Na de kennismaking met de vele verschillende soorten beeldaspecten kregen we de keuze uit twee opdrachten. Ik heb gekozen voor het maken van een zelfportret, waarin een overdreven expressie in terug te zien is. Het moest een abstract beeld worden.  Dit heb ik gemaakt met de applicatie PStouch. Het werkproces bij deze opdracht was experimenteren. Na het maken van een 'selfie' ben ik enkel bezig geweest met experimenteren in de applicatie.  Ik heb geëxperimenteerd met een aantal mogelijkheden van de applicatie; stempel brush/source, color balance, directional blur en blur tool. De applicatie heeft het technische doel van deze les ingevuld. Het beeldende doel van deze les is ingevuld door het uitdrukken van een expressie. Hierin waren wij volledig vrij.

Zelfportret 'verward'
Ik heb gekozen voor de expressie 'verward'. Ik heb deze expressie willen overbrengen door de vele wazige ogen in het zelfportret. Als ik verward ben frons ik mijn wenkbrauwen en kijk ik vluchtig om mij heen. Je kunt in en aan mijn ogen zien dat ik verward ben. Vervolgens heb ik het beeld nog verdraaid, zodat de expressie verward sterker overkwam. Iemand die verward is ziet niet meer alles helder, net zoals in dit zelfportret. Het felle licht zorgt ervoor dat het zelfportret vager wordt. De beeldaspecten die een grote rol spelen in mijn zelfportret zijn licht, vorm en kleur.



maandag 7 maart 2016

Les 4: Beeldcultuur

In de vierde les beeldende vorming stonden de drie perioden in de beeldcultuur centraal. Hierin hebben wij de symboliek van een klassiek beeld beschouwd door middel van een podcast.

Drie perioden
Binnen de beeldcultuur kun je drie perioden onderscheiden:
1. De klassieke periode (tot 1860)
2. De moderne periode (tot 1960)
3. De postmoderne periode (heden)
De klas was verdeeld in drie groepen. Iedere groep stond voor één periode uit de beeldcultuur. We kregen een aantal afbeeldingen. Samen moesten we bepalen welke afbeeldingen bij welke periode horen. Ons groepje was verantwoordelijk voor de moderne periode.



Moderne periode
Postmoderne periode
Klassieke periode













Podcast
In tweetallen moesten we op zoek naar een klassiek beeld waarin symboliek centraal stond. Wij hebben gekozen voor het schilderij 'Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva' van Jan Brueghel de Oude & Peter Paul Rubens.

Bekijk de podcast hieronder:

Of via deze link:
https://www.dropbox.com/s/li0pb3tijvj0zsc/Adam%20en%20Eva.mp4?dl=0

Voor het maken van de podcast hebben wij gebruik gemaakt van de applicatie 'Explain Everything'. Voorafgaand aan de het maken van de podcast hebben wij eerst een script geschreven. Hieronder kun je het script bij de podcast lezen:

Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva is een schilderij waaraan Peter Paul Rubens en Jan Brueghel de Oude rond 1617 samen hebben gewerkt. Het maakt deel uit van de collectie van het Mauritshuis in Den Haag.

Aan de linkerkant van het schilderij nemen Adam en Eva een belangrijke plaats in. Zij staan onder de boom van de kennis van goed en kwaad. De boom van de kennis van goed en kwaad is een boom die samen met de levensboom voorkomt in het bijbelboek Genesis. De boom staat in het midden van de Hof van Eden, waar Adam en Eva gedurende hun eerste periode op aarde verblijven. Iedereen was welkom in deze tuin en daarom zie je in dit schilderij ook zoveel dieren.
God vertelde Adam en Eva : ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’

Op het schilderij zie je dat Eva toch een appel geeft aan Adam, met haar andere hand plukt ze nog een appel. Een aapje linksonder is al begonnen van een appel te eten, een symbool voor zonde. Boven Adams hoofd is echter ook een tros druiven te zien. Dit symbool verwijst naar de kruisigingsdood van Christus . Aan de overzijde van de beek staat de levensboom, ook boordevol vruchten en vogels.

Adam en Eva leefden gelukkig tot een slang Eva verleidde om van de verboden vrucht te eten. De slang is volgens de bijbel het listigste dier op aarde. Volgens christelijke interpretatie de vermomde satan. De slang wijst Eva op de vruchten aan de boom der kennis. Ondanks het verbod om de vruchten te eten, geeft ze Adam een appel. En neemt er zelf ook een. Vanaf dit moment is er sprake van de zondeval. Ze werden zich vanaf dat moment onmiddellijk bewust van hun naaktheid en gingen zich ervoor schamen. Vanaf nu leerden de mensen het verschil tussen goed en kwaad.
 






woensdag 2 maart 2016

Les 3: Werkprocessen #2

In de derde les beeldende vorming stond het maken van een animatie door middel van stop-motion centraal.

Beeldcultuur
De les begon met voorbeelden uit de beeldcultuur. We kregen een fragment te zien uit de animatiefilm "Cars". Hier hebben we kunnen zien dat er drie camerastandpunten worden gebruikt, namelijk een zijaanzicht, een bovenaanzicht en een vooraanzicht. Door gebruik te maken van deze camerastandpunten en hierin te wisselen, kun je je animatie spannend en snel maken. Tevens hebben we kunnen zien dat je niet perse de objecten hoeft te bewegen, maar dat je ook de achtergrond kunt laten bewegen om zo tot je doel te komen.

Vervolgens hebben we de opdracht gekregen om in een groepje van vier studenten met de twee racemonsters uit de vorige les een animatie te maken door middel van stop-motion. De animatie was een racewedstrijd tussen de twee racemonsters, waarbij er strijdt is en er een spetterende crash plaatsvindt.

Storyboard
Voordat we aan de slag gingen met het maken van de animatie door middel van stop-motion hebben we eerst een storyboard gemaakt. Van te voren hebben we het verhaal bedacht. Dit werkproces heet ontwerpen. Tijdens het ontwerpproces hebben wij nagedacht over verschillende verhaallijnen. Uiteindelijk hebben wij de verhaallijn gekozen waarbij wij extra attributen konden maken voor het decor. Om het decor van de racewedstrijd aan te kleden hebben wij extra attributen zoals een cactus en een rost geboetseerd. Het beeldende doel van de opdracht kwam tot uiting tijdens dit ontwerpproces. Het beeldende doel van de opdracht is het laten zien van een strijd tussen twee racemonsters en een spetterende crash. Zowel de strijd als de crash hebben wij tijdens het ontwerpproces uitgedacht.

Storybord

Stop-motion
Voordat we aan de slag konden met het maken van de animatie door middel van stop-motion, moest de techniek worden voorbereid. Voor de achtergrond hebben we gebruik gemaakt van een groen kleed. Dit groene kleed hebben we vastgemaakt aan een gekantelde tafel. Het groene kleed zorgt ervoor dat je elke gewenste achtergrond kunt inzetten. Vervolgens hebben we de iPad klaar gezet op de applicatie "Stop-motion". Het maken van een stop-motion is een ambachtelijk werkproces. Het technische doel van de opdracht kwam bij het maken van de stop-motion tot uiting. We moesten namelijk werken met technische apparaten, zoals de iPad en applicaties.




De wedstrijd
De twee racemonsters nemen het tegen elkaar op in de woestijn. Het gaat gelijk op. De racemonsters laten elkaar niet los. Maar dan gaat het mis... één van racemonsters, "De bulldozer", raakt een rotsblok die hij over het hoofd had gezien. Een grote crash vindt plaats. Op het moment dat iedereen denkt dat het een gewonnen race is, komt daar het enige intacte overgebleven onderdeel van het racemonster. Het wiel van het racemonster zorgt ervoor dat de bulldozer alsnog met de overwinning naar huis gaat.

Bekijk de volledige wedstrijd hier:

Of hier:
https://www.dropbox.com/s/7z1ekxxub9fcv54/Bestand%2018-02-16%2019%2042%2041.mov?dl=0

Beoordeling
Beoordelingsmatrix
Criteria
Niet zichtbaar
Twijfel
Briljant
2 voertuigen & decor
 
 
2 punten
Snelheid
 
1 punt
 
Strijd 
 
1 punt
 
Crash
 
 
2 punten
Verhaal (plot)
 
 
2 punten
Totaal: 8 punten

In de animatie is terug te zien dat wij gebruik hebben gemaakt van twee racemonster en een woestijndecor. De snelheid is op een aantal momenten goed te zien (zijaanzicht) en sommige momenten minder goed te zien (vooraanzicht). De crash is goed te zien. Het verhaal en het uiteindelijke plot zijn niet voorspelbaar.