Beeldend vermogen
Het beeldend vermogen is het vermogen om jezelf uit te kunnen drukken met beelden. Dit verloopt officieel volgens vier fasen. Tijdens onze les beeldende vorming hebben wij aandacht besteed aan de eerste drie fasen:
1. Krabbelen
2. Gecodeerde werkelijkheid
3. Zichtbare werkelijkheid
Tijdens deze les hebben we in groepjes het beeldend vermogen van leerlingen uit het basisonderwijs bekeken.
Tekening 1:
Groep 1 - 4 jaar - Meisje
Fase = 1 - 2a: Het kind maakt gebruik van veel kleurgebruik. Dit kleurgebruik is echter niet bewust, wat verwijst naar fase 1. Het kind heeft de vormen willekeurig op het vlak geplaatst (interpretatie; de zon staat onder de regenboog). Het kind heeft ook duidelijk gecodeerd. Dit kun je terug zien aan de ronde zon, met een gezichtje erin, en de zonnestralen die als strepen zijn getekend. Een kind van deze leeftijd hoort zich te bevinden in deze fase.
Tekening 2:
Groep 2 - 5 jaar - Meisje
Fase = 2a - 2b: Het kind heeft een kop-buik-poter getekend, wat verwijst naar fase 2a. Daarnaast heeft het kind een ordening in de tekening aangebracht door een bovenkant en een onderkant te tekenen. De bovenkant is de blauwe lucht en de onderkant is het groene gras. Hierbij heeft het kind gebruik gemaakt van schematisch kleurgebruik. Dit verwijst naar fase 2b. Aan de voeten is te zien dat het kind ook gebruik gemaakt van omklapping, wat verwijst naar fase 2 in zijn geheel. Een kind van deze leeftijd hoort zich te bevinden in deze fase. Het kind ontwikkeld zich van fase 2a naar fase 2b.
Tekening 3:
Groep 3 - 6 jaar - Jongen
Fase = 2a - 2b: Het kind heeft een ordening gemaakt door gras aan de onderkant te tekenen en de zon hoog boven in het vlak. Het kind heeft het poppetje getekend middel een kop-buik-poter. Het kind heeft hierbij gebruik gemaakt van schematisch kleurgebruik; het lichaam is roze, het gras groen en de zon oranje. Een kind van deze leeftijd hoort zich te bevinden in deze fase. Het kind ontwikkeld zich van fase 2a naar fase 2b.
Tekening 4:
Groep 3 - 6 jaar - Jongen
Fase = 2a: Het kind tekent alleen waarin het geïnteresseerd is; bewegende dingen, zoals het mens en de hond. Het kind heeft geprobeerd om een ordening te maken aan de bovenkant met de blauwe lucht. Echter ontbreekt de onderkant. Daarnaast heeft het kind niet de werkelijkheid getekend. Zo heeft de boom handen, voeten en een gezicht. Een kind van deze leeftijd hoort zich eigenlijk verder ontwikkeld te hebben dan enkel fase 2a. Het kind zou zeker aspecten uit fase 2b moeten gebruiken.
Tekening 5:
Groep 6 - 9 jaar - Meisje
Fase = 2b: Het kind heeft gebruik gemaakt van schematisch kleurgebruik; groen gras, gele zon en blauwe wolken. De tekening is niet natuurgetrouw, zo mist er bijvoorbeeld schaduw. Ook heeft dit kind gebruik gemaakt van coderen. De zon, de wolken en de gras zijn gecodeerd weergegeven. In deze tekening wordt echter geen gebruik meer gemaakt van krassen. Een kind van deze leeftijd hoort zich te bevinden in fase 2a. Echter is het van belang dat het kind voldoende gestimuleerd en uitgedaagd wordt om zich te ontwikkelen. Het kind moet namelijk overgaan naar fase 3. Op dit moment zijn er nog geen aspecten van fase 3 terug te zien in het beeldend vermogen van dit kind.
Beeldaspecten
Na het beoordelen van het beeldend vermogen van de kinderen hebben wij in de tekeningen gezocht naar beeldaspecten. Hieronder hebben wij tags aangebracht in de tekeningen met het bijbehorende beeldaspect.

Lijnen
Krabbels
Gesloten (cirkel)vorm
Wanordelijke plaatsing
Eerste ordening
Grondlijn
Schemakleur(en)
Functionele kleuren
Haaks contrast
Kop(buik)poter
Omklapping
Objectkleur(en)
Wanordelijke plaatsing
Samengestelde vorm
Lijnen
Functionele kleuren
Gesloten (cirkel)vorm
Kop(buik)poter
Schemakleur(en)
Eerste ordening
Grondlijn
Eerste ordening
Gesloten (cirkel)vorm
Schemakleur(en)
Kop(buik)poter
Haaks contrast
Objectkleur(en)
Omklapping
Schemakleur(en)
Centraal compositie
Samengestelde vorm
Eerste ordening
Gesloten (cirkel)vorm
Grondlijn
Beeldende opdracht
Als afsluiting van deze les hebben wij de opdracht gekregen om bij één tekening een beeldende opdracht te bedenken. Deze beeldende opdracht moet aansluiten op het beeldend vermogen van het kind. Wij hebben gekozen voor tekening 5 (de tekening met de bloem). We hebben bij de beeldende opdracht gekozen voor de beeldaspecten; grootteverschil, horizon, ruimte en compositie
Beeldende opdracht: "Teken een bloemenveld waarin ik kan zien welke bloemen ver weg staan en welke dichtbij".









Geen opmerkingen:
Een reactie posten