Samen met een klasgenoot heb ik een les beeldende vorming ontworpen aan de hand van het lesfasenmodel. Wij hebben gekozen voor een bestaande les beeldende vorming, die niet voldeed aan het de eisen van het lesfasenmodel. Wij hebben deze bestaande les zodanig aangepast dat je kunt spreken van een les beeldende vorming. Deze les is gemaakt voor de kleuterklas. De les voer je uit tijdens een werk les. Dit betekent dat de les niet klassikaal, maar per groepje leerlingen wordt aangeboden.
Lesfasenmodel
"Het gevoel van fruit"
Voorbereiding
De leerlingen uit de kleuterklas hebben tot dusver de wereld om zich heen vooral ontdekt door zelf te ervaren. Leerlingen uit de kleuterklas halen een groot leerrendement uit het zelf ontdekken. Tevens zorgt het zelf ontdekken en ervaren van nieuwe dingen voor motivatie bij de leerlingen. Tijdens deze opdracht staat het zelf ontdekken en ervaren opnieuw centraal. De opdracht van deze les beeldende vorming is:
Schilder een fruitschaal waarbij je aan het verf kunt zien hoe het fruit voelt. Dit verf maak je zelf met etenswaren.
Beeldend doel = Schilder een fruitschaal waarbij je aan het verf kunt zien hoe het fruit voelt.
Technisch doel = Maak verf met etenswaren die leiden tot verschillende structuren.
Receptie
|
Benodigdheden: Doos Ananas Kiwi Appel Perzik Peer Aardbei Gecondenseerde melk Rozemarijn naaldjes Kerriepoeder Ketchup Stofjes Zand Sesamzaadjes Water Bakjes Schaaltje |
Plaats op de tafel een dichte doos met verschillende fruitsoorten erin. Aan de zijkant van de doos bevinden zich twee gaten, waardoor de leerlingen met hun handen naar binnen kunnen. Laat de leerlingen om de beurt voelen aan de fruitsoorten en laat de leerlingen vooral beschrijven wat zij voelen. Vervolgens bedenken de leerlingen wat zij voelen. Nadat alle leerlingen de voorwerpen in de doos hebben gevoelt, hebben beschreven en hebben geraden haal je de fruitsoorten uit de doos. Je laat de leerlingen opnieuw voelen aan de fruitsoorten. Ditmaal kunnen de leerlingen ook zien wat zij voelen. Benoem samen met de leerlingen wat zij zojuist hebben gevoelt.
Kies bij deze opdracht voor fruitsoorten met een uitgesproken, voelbare buitenkant. Op deze wijze kunnen de leerlingen daadwerkelijk verschillende structuren voelen. Tijdens deze opdracht hebben wij gekozen voor de volgende fruitsoorten:
- Ananas
- Kiwi
- Appel
- Perzik
- Peer
- Aardbei
Tijdens de receptieve fase wordt de beeldcultuur gevormd door het aanbieden van echte voorwerpen. Na het aanbrengen van de beeldcultuur vindt er beeldbeschouwing plaats, samen met de leerlingen. Als leerkracht stel je aan de leerlingen beeld beschouwende vragen. Hierbij maak je gebruik van de vijf type vragen. Wij hebben de volgende vragen opgesteld bij de beeldschouwing:
1. Startvraag: Welke fruitsoorten kennen we al?
2. Onderzoeksvraag: Wat voel je?
3. Analyse vraag: Wat is het?
4. Speculatieve vraag: Hoe gaan we het gevoel van het fruit uitbeelden in verf?
Laat de leerlingen de producten zien die je hebt meegebracht om het verf van te maken en bespreek met de leerlingen hoe je hier verf mee kunt maken.
5. Vragen die leiden tot oordeel: Welke producten kunnen we met elkaar mengen?
Vervolgens leg je de leerlingen de eerdergenoemde opdracht uit. Je wijst de leerlingen erop dat het niet om de kleur van het fruit gaat, maar om het gevoel.
Productie
De leerlingen maken het verf met de meegebrachte producten. Dit werkproces is experimenteren. De leerlingen ontdekken zelf wat zij met elkaar kunnen vermengen om zo dichtmogelijk bij het gevoel van het fruit in de buurt te komen. Je geeft vervolgens alle leerlingen de zes fruitsoorten en een schaaltje. De leerlingen moeten deze zes fruitsoorten op het schaaltje neerleggen, zoals zij dit zelf willen. Vervolgens schilderen de leerlingen dit schaaltje met fruit na. De leerlingen moeten hierbij zorgen voor een ordening op het blad. Door alle leerlingen een eigen schaal met fruit te geven zorg je ervoor dat iedere uitvoering van de opdracht uniek is.
Tijdens deze productiefase beleid je als leerkracht de leerlingen. Je kunt de leerlingen bij een aantal onderdelen begeleiden:
- Je laat de leerlingen tijdens het maken van het verf goed voelen aan het fruit.
- Je wijst de leerlingen erop dat zij hun verf kunnen testen op een leeg blad.
- Je begeleid de leerlingen in het doseren van het water, zodra zij producten met water mengen.
- Je laat de leerlingen verven met één soort kwast, zodat de focus op de structuur van het verf komt te liggen.
- Je wijst de leerlingen erop dat zij hun kwast goed moeten afwegen aan de rand van het bakje, zodat het niet te waterig wordt.
Deze opdracht vergt de nodige tijd en begeleiding. Voor deze opdracht moet een uur worden uitgetrokken.
Reflectie
Tijdens de reflectieve fase wordt het werk van de leerlingen nabesproken. Er wordt gekeken naar de verschillen en de overeenkomsten in het werk. De leerlingen kunnen vertellen welke producten zij met elkaar hebben vermengd en waarom zij hebben gekozen voor een bepaalde verf bij een bepaalde fruitsoort.
Om de opdracht te beoordelen kan gebruik worden gemaakt van onderstaande beoordelingsmatrix.
Beoordelingsmatrix
Niet aanwezig
(0 pt)
|
Twijfel (1 pt)
|
Duidelijk
aanwezig (2 pt)
|
|
6 soorten verf
met verschillende structuur
|
|||
De structuur
van het verf past bij de structuur van het fruit
|
|||
Het schilderij
is één geheel
|
|||
Alle 6 de
fruitsoorten zijn afgebeeld
|
De leerlingen gaan tijdens deze opdracht vooral zelf aan de slag met experimenteren. Als leidraad hebben wij bij elk fruitsoort een verfstructuur bedacht. Het kan natuurlijk voorkomen dat leerlingen een ander soort verf maken, die ook aan het gevoel van het fruit voldoet:
- Ananas = gecondenseerde melk + rozemarijn naaldjes
- Kiwi = kerriepoeder + water
- Appel = ketchup + water
- Perzik = gecondenseerde melk + stofjes
- Peer = gecondenseerde melk + zand
- Aardbei = gecondenseerde melk + sesamzaadjes




















